Test artikel
Plaats hier uw introtekst...
Plaats hier uw introtekst...

Strategische onafhankelijkheid rond batterijen is voor de EU een sleutelthema geworden. Brussel en Den Haag zoeken naar manieren om de afhankelijkheid van kritieke grondstoffen (CRMs) te verkleinen, via spreiding van import, recycling en nieuwe mijnbouw. Een eerste stap werd deze week gezet met de start van het EU Energy and Raw Materials Platform, waar kopers en verkopers van batterijgrondstoffen voor het eerst aan elkaar werden gekoppeld.

De energietransitie vraagt om innovaties zoals waterstofinstallaties, batterijsystemen en 'carbon capture and storage'. Maar juist bij dit soort nieuwe technologie ontbreekt vaak de schadehistorie waarop verzekeraars hun acceptatie baseren. Daardoor komen projecten soms moeilijk van de grond. Toch is verzekerbaarheid zelden de echte 'showstopper', zeggen Hanneke van Oss (Bluewater Energy Services en voorzitter van NARIM) en Carolien Sala (INSVER). Volgens hen ligt de sleutel vooral bij vroegtijdige samenwerking, kennisdeling en maatwerk.

Hoe maken we batterijen beter én zorgen we dat afgedankte exemplaren hoogwaardig worden gerecycled? Met de snelle groei van elektrisch vervoer wordt die vraag steeds urgenter voor beleidsmakers, fabrikanten en verwerkers in de EU. Voor de terugwinning van CRMs zijn er drie routes: pyrometallurgie (smelten), hydrometallurgie (chemisch oplossen) en directe recycling. De variërende chemische samenstelling van batterijen maakt die opgave echter complex.

Waterstof lijkt veelbelovend voor duurzame energievoorziening in woonwijken. Maar in de praktijk is het nog niet rijp voor grootschalige toepassing. De technologie is kostbaar, complex en lastig in te passen binnen bestaande regelgeving. De echte winst zit voorlopig in elektrificatie en slimme energiesystemen, blijkt uit een proef van Hylife in Stad aan 't Haringvliet. Toch verwacht het bedrijf op de lange termijn nog wel kansen.