De basisregels van het anti-geweldverdrag
Het verdrag erkent dat geweld en intimidatie ernstige belemmeringen vormen voor gelijke kansen, fatsoenlijk werk en veilige werkomstandigheden. Het gaat daarbij om een brede definitie van onaanvaardbaar gedrag, zowel fysiek, psychisch, seksueel als digitaal. Ook gendergerelateerd geweld valt hieronder.
Het 'anti-geweldverdrag' is van toepassing op alle werkenden, ongeacht hun contractvorm. Denk aan werknemers, stagiairs, uitzendkrachten, vrijwilligers en zelfs werkzoekenden. Het verdrag geldt in alle sectoren: publiek én privaat, formeel én informeel.
Daarnaast omvat het verdrag een ruim toepassingsgebied: het gaat om geweld en intimidatie op de werkvloer zelf, maar ook tijdens werkgerelateerde reizen, evenementen, digitale communicatie en zelfs tijdens woon-werkverkeer.
Elk land dat het verdrag bekrachtigt, moet een beleid ontwikkelen dat geweld en intimidatie voorkomt en aanpakt. Denk aan wetgeving, handhaving, sancties, toegankelijke klachtenprocedures en bewustwording via voorlichting en opleidingen.
De 5 belangrijkste thema's van het verdrag
De belangrijkste punten van het verdrag kun je in 5 thema's onderverdelen.
1
2
3
4
5
Dit betekent het verdrag voor organisaties
De implementatie van het verdrag vereist aanpassingen binnen organisaties, met name op het gebied van hr. Het is dan ook raadzaam om bij de hr-afdeling na te gaan of men op de hoogte is van het verdrag.
Dit zijn de implicaties waarmee organisaties rekening moeten houden:
Ontwikkeling van beleid en richtlijnen
Elke werkgever is verplicht om duidelijk beleid op te stellen tegen geweld en intimidatie. Dit beleid moet ten minste de volgende standaardonderdelen bevatten:
- Gedragscodes
- Informatie over (interne en externe) vertrouwenspersonen
- Klachtenprocedures
- Preventieve trainingen om geweld en intimidatie op het werk te herkennen en te melden
Houd er rekening mee dat het verdrag verdergaat dan de interne organisatie. Ook het gedrag van klanten, patiënten of publiek valt onder de definitie van geweld en intimidatie. Dit betekent dat het nodig is ook voor dergelijke situaties passende maatregelen te ontwikkelen.
Training en bewustwording
Organisaties moeten bewustwording bevorderen door leidinggevenden en medewerkers trainingen aan te bieden over veilig gedrag op de werkvloer en over het omgaan met incidenten van geweld of (seksuele) intimidatie. Arboprofessionals kunnen hierover adviseren en meedenken.
Vertrouwenspersonen en meldsystemen
Medewerkers moeten klachten op een vertrouwelijke manier kunnen indienen. Hiervoor is het belangrijk dat zij toegang hebben tot vertrouwenspersonen en/of meldsystemen. Organisaties, in het bijzonder hr, moeten daarnaast met de juiste zorgvuldigheid reageren op ontvangen meldingen van geweld of intimidatie.
Rapportageplicht
Werkgevers moeten volgens het anti-geweldverdrag kunnen aantonen dat zij de regels naleven. Dit betekent dat zij moeten zorgen voor documentatie en rapportage over het beleid. De afdeling hr moet concreet kunnen aantonen welke maatregelen zijn getroffen naar aanleiding van meldingen van geweld of intimidatie binnen de organisatie.
In Nederland vormt het Verdrag inzake het uitbannen van geweld en intimidatie op de werkvloer een aanvulling op bestaande regels uit de Arbowet. Toch brengt het ook nieuwe verplichtingen met zich mee, zoals de rapportageverplichting.
Dit artikel verscheen in iets andere vorm op PWnet












