Ontbindingsverzoek werknemer slaagt: ton billijke vergoeding 

Een werkgever gaat maandenlang onzorgvuldig om met een werkneemster. Zo onzorgvuldig dat de teamleidster besluit een ontbindingsverzoek in te dienen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Ontbindingsverzoek werknemer slaagt: ton billijke vergoeding 

Een werknemer die zelf een ontbindingsverzoek indient en toch een hoge billijke vergoeding en transitievergoeding krijgt toegewezen? Dat kan, blijkt uit deze uitspraak. 

De werkneemster werkt sinds 2009 als teamleider van het laboratorium bij de werkgever en maakt deel uit van het MT. Eind 2022 komt zij er via de bedrijfsmaatschappelijk werker achter dat er meldingen over haar zijn binnengekomen. Ze vraagt haar team tevergeefs om concrete voorbeelden en openheid. Een week later meldt zij zich ziek. 

Wel gesprekken, geen mediation 

Hierna bespreekt de werkneemster de situatie en de vermeende 'angstcultuur' met een collega MT-lid. In januari 2023 vinden gesprekken plaats tussen de werkneemster, 8 medewerkers en een onafhankelijke derde. Er worden ook afspraken gemaakt.  

Enkele maanden later geeft de werkgever aan nog geen verbetering te hebben waargenomen bij de werkneemster. De werkgever ontzegt haar vervolgens tijdelijk de toegang tot het lab. Het advies van de bedrijfsarts in het najaar van 2023 om mediation in te zetten, legt de werkgever naast zich neer. 

In juni 2024 geeft het UWV een deskundigenoordeel af. Hierin staat dat de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen voor de re-integratie van de werkneemster.  

Werkneemster doet ontbindingsverzoek 

De werkneemster verzoekt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Zij vraagt om toekenning van – onder meer – een billijke vergoeding van € 796.156 bruto. 

Vertrouwen werkneemster aangetast  

De werkgever voert aan zich nog steeds in te zetten voor de re-integratie van de werkneemster en voor haar een passende plek te zoeken.  

Normaal heeft herplaatsing van een arbeidsongeschikte werknemer inderdaad de voorkeur. Maar de kantonrechter vindt het begrijpelijk dat het vertrouwen van de werkneemster door de gebeurtenissen te zwaar is aangetast. Zo heeft de werkgever een gesprekstraject opgestart naar aanleiding van algemeen geformuleerde klachten, zonder de ernst en gegrondheid van die klachten te onderzoeken. Deze gesprekken hebben niet geholpen en zelfs een averechts effect gehad. 

Kwalijk gedrag van de werkgever 

De kantonrechter oordeelt dat het de werkgever kwalijk genomen kan worden dat die niet eerst de gegrondheid van de klachten heeft onderzocht. Ook heeft de werkgever het doel van het gesprekstraject onvoldoende toegelicht. Deze onduidelijke aanpak heeft de werkneemster in een onmogelijke situatie gebracht. Dit heeft in belangrijke mate bijgedragen aan haar langdurige arbeidsongeschiktheid. De werkgever heeft bovendien het advies van de bedrijfsarts tot mediation niet opgevolgd. 

Kantonrechter wijst ontbindingsverzoek toe 

De kantonrechter vindt dat het van de werkneemster niet langer verlangd kan worden dat zij in dienst blijft. De werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Door klachten over de werkneemster niet zorgvuldig te onderzoeken. Door haar maandenlang in het luchtledige te laten. En door tekort te schieten in de re-integratieverplichtingen.  

De kantonrechter wijst het ontbindingsverzoek daarom toe en veroordeelt de werkgever tot het betalen van een billijke vergoeding van € 100.000. Er is geen ruimte voor vergoeding van emotionele en psychische schade of de kosten voor rechtsbijstand. Want het is immers de keuze geweest van de werkneemster om naar de rechter te stappen.  

Bron: Kantonrechter Amsterdam, 18 november 2024 - ECLI:NL:RBAMS:2024:7015

Pauline heeft haar eigen juridisch adviesbureau. Ze is werkzaam als zelfstandig jurist en redacteur op het gebied van arbeidsrecht, sociale zekerheid en medezeggenschap.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.