De huidige oorlog in de Golfregio heeft grote gevolgen voor de energieprijzen en de leveringszekerheid wereldwijd. Hoe zullen de energieprijzen zich verder ontwikkelen, en wat betekent dit voor de Nederlandse economie, in het bijzonder voor het bedrijfsleven?
De ontwikkelingen hangen sterk af van het verloop van de oorlog, dat niet te voorspellen is. Het CPB heeft daarom in zijn nieuwste scenariostudie 3 scenario's uitgewerkt. Deze werden op donderdag 16 april in Den Haag gepresenteerd.
Economische groei neemt af
Het CPB ziet dat de snelle stijging van de olieprijs snel doorwerkt in de economie. Hogere energieprijzen leiden direct tot hogere inflatie via brandstofprijzen en indirect via duurdere goederen en diensten. De energierekening van huishoudens en bedrijven loopt minder snel op dan in 2022, toen de oorlog in Oekraïne begon, omdat de gasprijs nu minder sterk stijgt. De Nederlandse economie is bovendien, vergeleken met buurlanden, relatief sterk afhankelijk van gas. De hogere inflatie remt de consumptie en de handel en zet de koopkracht onder druk, al zal die zich deels herstellen door loonstijgingen.

Normaal zou de Nederlandse economie in 2026 met 1,4% groeien, maar door de oorlog in Iran valt de groei lager uit. Als het conflict van tijdelijke aard is en de olieprijs na mei niet verder oploopt dan 110 dollar per vat — wat op dit moment de markverwachting is — groeit de Nederlandse economie dit jaar met 1%, aldus het CPB.
In het tweede scenario, waarin de olieprijs tijdelijk stijgt tot 160 dollar per vat, komt de groei in 2026 uit op 0,5%. In het meest negatieve scenario, waarin de olieprijs langdurig hoog blijft, zakt de economische groei naar 0,2%.
Kortdurende recessie?
Het CPB heeft vervolgens gekeken naar het jaar 2027. Normaal zou de economie dat jaar met 1,1% groeien. In het optimistische scenario (marktverwachtingen) komt de groei nu uit op 0,8%, terwijl deze in het meest pessimistische scenario (langdurig hogere olieprijzen) onder de 0,1% zakt. In het scenario met tijdelijk hogere olieprijzen krijgt de Nederlandse economie in 2026 te maken met een kortdurende recessie. In het scenario waarin de olieprijs langer hoog blijft, is er eveneens sprake van een recessie in 2026 en blijft de groei in 2027 zeer laag.
De inflatie zou in 2026 normaal iets boven de 2% liggen, maar stijgt nu naar 3,8% (marktverwachting), 5,1% (tijdelijk hoger) of 5,2% (langer hoger). Voor 2027 liggen de inflatiecijfers op 2,1% (normaal), 2,2% (marktverwachtingen), 1,9% (tijdelijk hoger) en 3,2% (langer hoger).
En het bedrijfsleven?
Volgens het CPB werkt de energieprijsschok verschillend door in de diverse bedrijfstakken. Bedrijven die veel energie verbruiken, of afhankelijk zijn van energie-intensieve toeleveranciers, worden het hardst geraakt. De impact is vooral groot in de aardolie-industrie, de basismetaalindustrie en de luchtvaart. Ook bedrijven die sterk van deze sectoren afhankelijk zijn, zoals reisbureaus, ondervinden de gevolgen.

Volgens het CPB heeft de huidige olieprijsschok een mondialer karakter dan de gasprijsstijging in 2022. Daardoor verslechtert de concurrentiepositie van Europese bedrijven minder sterk. Wel kan de concurrentiepositie ten opzichte van Amerikaanse bedrijven achteruitgaan, omdat de gas- en elektriciteitsprijzen in de Verenigde Staten minder hard oplopen, aldus het CPB.
De Nederlandse import uit het Midden-Oosten bestaat voornamelijk uit olie. Kleinere bedrijven die uit deze regio invoeren, zijn doorgaans afhankelijker van hun leveranciers en ondervinden daardoor meer hinder van de gevolgen van de Iranoorlog. Gelukkig zijn er maar weinig producten uit deze regio die niet elders kunnen worden ingekocht, al merkt het CPB daarbij op dat deze alternatieven vaak duurder zijn door het vraag-en-aanbodmechanisme.










