Op veel punten blijkt verbetering nodig en mogelijk. Onderzoeker Patrick Vermeulen, directeur adviesgroep Medezeggenschap bij HRD-adviesgroep GITP, schreef er zijn proefschrift ‘Overleg: niet alleen voor de vorm!’ over. Op 9 december promoveert hij op dit onderwerp aan de Tilburg University.
In Nederlandse bedrijven en instellingen wordt heel wat overlegd. Overlegvormen blijken een positief effect te hebben op communicatie, draagvlak, kwaliteit van besluiten en motivatie en prestaties. Regelmatig wordt echter geen effect of zelfs een negatief effect gevonden. Om erachter te komen waar dat nu in zit, onderzocht Vermeulen 69 overleggroepen, waaronder werkoverleggen, overleggen van leidinggevenden en ondernemingsraden.
Volgens de promovendus wordt te weinig onderkend dat het instellen van een overleg, niet automatisch leidt tot actieve deelname. “Overlegvormen stellen mensen slechts in de gelegenheid te participeren. Of ze dat werkelijk gaan doen hangt van veel meer factoren af.” Zijn promotieonderzoek maakt duidelijk dat groepsnormen, steun van collega’s en leidinggevenden en persoonlijkheid daarbij een belangrijke rol spelen. Daarnaast blijkt dat er binnen veel overleggroepen grote onduidelijkheid is over het doel van het overleg en zelfs over wat feitelijk wordt besproken. In meer dan de helft van de onderzochte overleggroepen leidt dat tot problemen in het functioneren van het overleg.
Effectief overleg ontwikkelen vraagt volgens Vermeulen daarom om aandacht voor het individu en diens individuele motivatie, capaciteit en gelegenheid. “Participatie in de vorm van overleg dient ingebed te zijn in het HR-beleid van de organisatie en vraagt om individuele ontwikkeling van leidinggevenden en medewerkers.” Om het inzicht in de factoren die van invloed zijn op individueel participatief gedrag binnen georganiseerde vormen van participatie te vergroten, ontwikkelde Vermeulen een theoretisch model dat aangeeft welke mechanismen daar ten grondslag aan liggen en wat de invloed is van verschillende specifieke factoren op verschillende niveaus (maatschappij, organisatie, vorm/groep en individu) en wat de effecten zijn van actieve deelname aan het overleg.




